Het Telegram

Eind juni 1941, kort nadat Hitler-Duitsland de aanval had geopend op de Sovjet-Unie, werden in Nederland honderden communisten gearresteerd. Rien Dijkstra schreef een boek over de 26 Utrechtse slachtoffers van deze Aktion CPN.

Op zoek naar de lotgevallen van Johannes de Vries, een ver familielid dat in de oorlog in concentratiekamp Neuengamme is omgekomen, kwam Dijkstra een arrestatietelegram tegen van de Utrechtse SD aan het hoofdkwartier in Den Haag. Daarop stonden 26 namen, merendeels communisten en enkele andere linkse mensen, 25 mannen en een vrouw, die in de nacht van 24 op 25 juni 1941 in Utrecht zijn gearresteerd en overgebracht naar Kamp Schoorl. Van hen zijn er 21 overgebracht naar Duitse concentratiekampen. Zeventien hebben het niet overleefd.

In Het Telegram geeft Dijkstra gedetailleerde informatie over deze 26 Utrechters, hun achtergrond, familie, adressen waar ze gewoond hebben en, voorzover bekend, hun politieke activiteiten. Hij zet hen in de context van de eerste oorlogsjaren in Utrecht en de vooroorlogse politieke en sociale verhoudingen. En hij beschrijft in het kort alle concentratiekampen waar het merendeel van deze groep korte of langere tijd heeft doorgebracht.

Continue Reading →

Gedenksteen clubhuis Indonesische studenten

In het pand Hugo de Grootstraat 12 in Leiden zat voor de Tweede Wereldoorlog de club van Indonesische studenten.

In het clubhuis kwam een gemêleerd gezelschap bijeen: er kwamen studenten die vooral in cultuur geïnteresseerd waren, maar er zaten ook studenten bij met voor die tijd radicale ideeën over nationalisme en communisme. Leden van de Perhimpoenan Indonesia, een vereniging die streed voor een onafhankelijk Indonesië, discussieerden er over de toekomst van hun land.

Het Clubhuis Indonesia vormde vooral in de eerste twee oorlogsjaren een belangrijk toevluchtsoord. De Indonesische studenten konden vanwege de oorlog niet terug naar hun eigen land en ontvingen geen geld meer om te overleven. Het Leids Universiteits Fonds ondersteunde hen met maaltijdbonnen waardoor ze konden eten op het clubhuis. De studenten kregen het extra moeilijk toen de Duitse bezetter eind 1940 de universiteit sloot.

Een aantal Indonesische studenten heeft in Nederland tijdens de oorlog ook deelgenomen aan het verzet en sommigen moesten dat met de dood bekopen.

Continue Reading →

André van Duin: ’Dan had ik nu Duits gesproken…’

Bij de herdenking van de Februaristaking droeg André van Duin enkele gedichten voor.

Amsterdam – Duizenden aanwezigen hebben zondag de Februaristaking van 25 februari 1941 herdacht bij het monument De Dokwerker in Amsterdam. André van Duin droeg, exact 77 jaar na de grootse staking in de Tweede Wereldoorlog, drie gedichten voor. Daarna werden kransen en bloemen gelegd.

Volkskomiek Van Duin maakte indruk met zijn rake gedichten. „We mogen nooit vergeten was hier ist passiert”, sprak hij. „Onze felbevochten vrijheid moet daarom blijvend worden herdacht en gevierd. We leven nu in een vrij land, maar als ik vandaag de dag door het nieuws blader, denk ik regelmatig terug aan de woorden van mijn vader. ’Ik hoop dat het nooit meer oorlog wordt’, de toekomst zal het ons leren. We hebben niet alles in de hand, maar we moeten het wel proberen. Want stel dat het toen was misgegaan en de nazi’s niet waren gebroken. Dan had ons Nederland niet meer bestaan en had ik nu misschien Duits gesproken.”

[Mike Muller in De Telegraaf, 26 februari 2018, foto JvD]

Continue Reading →

De regeringscommissaris van Finsterwolde

Naar aanleiding van het benoemen van een regeringscommissaris voor het eiland St.Eustatius vertelde Marianne Braun op Radio 1 over de regeringscommissaris van Finsterwolde op het hoogtepunt van de Koude Oorlog in 1951

Noordoost-Groningen is al lange tijd een links bolwerk wanneer de Communistische Partij Nederland (CPN) in de jaren 30 populair wordt. “De meeste mensen waren er straat- en straatarm”, vertelt politicoloog Marianne Braun in NOS Met het Oog op Morgen. Zij deed onderzoek naar de gebeurtenissen in het ‘rode dorp’ in de jaren dertig.

De dagloners en landarbeiders werkten in mensonterende omstandigheden. “Ze werkten bijvoorbeeld in de aanslibbingskust van de Dollard, waar ze tien uur lang moesten staan en geen moment pauze kregen.”

De bittere armoede stond in schril contrast met een kleine groep met wie het extreem goed ging: de zogeheten herenboeren, die veel grond bezaten. “Deze ‘dikke boeren’ vernederden en buiten de landarbeiders echt uit, maar de CPN kwam voor hen op”, volgens Braun.

Continue Reading →

Geert Sterringa ereburger van Groningen

Verzetsstrijder Geert Sterringa, die op 19 januari 1944 in concentratiekamp Buchenwald bezweek, is sinds vrijdag ereburger van de gemeente Groningen. Hij werd op het Stadhuis postuum bijgeschreven in het Gulden Boek. Kleinzoon GeertJan Herder was hierbij aanwezig. Sterringa werd geboren in Firdgum en was onderwijzer in Groningen. Hij werkte mee aan de verzetskrant Noorderlicht. De Duitsers pakten hem op omdat hij voor de CPN een manifest schreef over de Februaristaking.

[Dagblad van het Noorden, 25 november 2017]

Continue Reading →

Leven in het teken van Russische revolutie

Maaike Borst in Dagblad van het Noorden, 6 november 2017

Aan zijn voeten staat de bestorming van het Winterpaleis. Het werk is net af. Mello Schwertmann schilderde de bolsjewieken, met rode vlaggen en geweren tegen de schouders, oprukkend naar het paleis in Sint-Petersburg tijdens de Oktoberrevolutie van 1917.

Het is morgen precies honderd jaar geleden. In 2017 staat de 79-jarige Schwertmann in zijn garage in Finsterwolde. Omringd door Sovjettaferelen op doek: de lege troon van de tsaar, korenoogstende vrouwen, bouwende arbeiders, portretten van Lenin. Allemaal eigenhandig gemaakt.

Hoeveel van dit soort werken hij maakte, is de voormalige huisschilder vergeten. Veel. De meeste gaf hij weg. „Ik heb er nooit iets voor willen hebben.”

Natuurlijk niet. Hij is communist. Met de strijd van de arbeiders tegen het kapitaal is hij grootgebracht. Hij is de neef van verzetsstrijder Hendrik Schwertmann en CPN-voorman Albert Schwertmann. „Mijn opa was een Duitse sociaaldemocraat. Toen de familie hiernaartoe kwam, vonden mijn ooms dat het wel wat feller mocht.”

Continue Reading →

Een herdenking in het bos bij Woudenberg

Op een warme herfstdag kwamen enige tientallen mensen naar Woudenberg voor de herdenking van de moord op vijftien verzetsmensen, nu 75 jaar geleden.

Op 16 oktober 1942 fusilleerden de nazi’s in de bossen tussen Amersfoort en Woudenberg vijftien linkse verzetsmensen, een represaillemaatregel voor een aanslag op een Wehrmachttrein bij Hengelo. Twaalf van hen zaten vast in Kamp Amersfoort, drie waren overgebracht vanuit een gijzelaarskamp in Brabant. Daaronder was de advocaat Hein Vrind uit Almelo, een pacifist, lid van de JVA (Jongeren Vredes Actie).

Bij de herdenking werden de namen van alle omgebrachte mannen opgelezen: D.J.H. Bannink, raadslid voor de CPN in Deventer, H. van Dam, CPN-bestuurder uit Wageningen, J.C. Endeveld, W. van Ewijk, A.J. Gerritsen,  ook raadslid voor de CPN in Deventer, J. Haantjes, P.A. van Heijningen, Februaristaker uit Amsterdam, J. van den Kerkhoff, J.H. Kors, CPN-lid uit Amsterdam Bos en Lommer, D. v.d. Meulen, verzekeringsagent en CPN-lid uit Deventer, E.Ooyevaar, CPN-lid uit Amsterdam Oosterparkbuurt, J.H. Roebers, J. van Veen, gemeenteraadslid voor de CPN in Enschede, H.W.L. Vrind en A.J.IJmkers.

Over alle communisten in deze groep is meer te vinden in het archief van het (nooit gepubliceerde) Gedenkboek voor gevallen verzetsstrijders, nu onderdeel van het CPN archief in het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis in Amsterdam.

Het monument voor deze verzetsmensen staat sinds 1992 op de executieplaats, bij de Trekerweg, een fietspad dat begint achter restaurant Bergzicht, Doornseweg 23, Woudenberg.

Continue Reading →

Communist moet recht gedaan worden

Leeuwarder Courant, 30 september 2017

Door Wieberen Everdink

Opgejaagd tijdens de oorlog, ondergesneeuwd erna. Met zijn boek over het Fries communistisch verzet wil Chris Beuker eerherstel voor deze strijders.

Helemaal aan het slot van zijn boek vraagt Chris Beuker uit Haulerwijk zich „met bedroefd gemoed” af: „Zo’n lijden, zulke gebrokenheid en in naam waarvan?”

Dit illustreert hoezeer de bijna zes jaar van historiografisch onderzoek en 460 pagina’s aan wrange geschiedenis de auteur van het dit jaar verschenen werk Communistisch verzet in Friesland 1925-1945 zelf niet in de koude kleren is gaan zitten.

Verwonderlijk is dat niet. Beuker (1946) was jarenlang lid van de Communistische Partij van Nederland (CPN), tot die in 1990 opging in GroenLinks. Hij kende uit de overlevering de verhalen van de mensen die zich in aanloop naar en tijdens de Tweede Wereldoorlog onder de CPN-vlag weerden tegen onrecht in het algemeen en het oprukkende fascisme in het bijzonder.

De Haulerwijkster geschiedenisliefhebber signaleerde dat juist deze mensen na de oorlog ondanks hun grote offers „vergeten dreigden te worden”. Voor communistische verzetsstrijders wachtte geen sokkel, maar wantrouwen en achterdocht, omdat zij als exponenten van de nieuwe dreiging werden gezien: het Rode Gevaar.

Continue Reading →

Getrouwd met de CPN. Het bevlogen leven van Annie Averink

Een artikel van MIRJAM JANSSEN in het Historisch Nieuwsblad, 15 september 2017

Jarenlang werkte Annie Averink namens de CPN aan een betere wereld. Ze was de rechterhand van partijleider Paul de Groot en ontmoette staatslieden als Mao Zedong en Den Xiaoping. Achteraf moest ze erkennen dat er van haar idealen niets terecht was gekomen.

Voor Nederlandse communisten was 1956 een rampjaar. Op een partijcongres maakte Sovjetleider Nikita Chroesjtsjov tijdens een ‘geheime rede’ een einde aan de persoonsverheerlijking van Stalin. De nieuwe koers leidde bij de Nederlandse geestverwanten tot twijfel. Hadden ze dan al die tijd verkeerd gezeten met hun eerbied voor Stalin? Het werd nog erger toen de Sovjet-Unie in datzelfde jaar Hongarije binnenviel om de opstandelingen daar in het gareel te slaan. Toen kreeg de CPN ook nog eens te maken met de afkeer van het brede publiek. Het kantoor van dagblad De Waarheid werd aangevallen en sommige leden moesten zich in hun huizen verschansen. Maar CPN-bestuurslid Annie Averink liet zich niet van haar stuk brengen. Een paar weken nadat haar man de ramen van hun huis met bedspiralen had moeten versterken en ze haar kinderen veiligheidshalve had laten onderduiken, ging ze alweer met twee kameraden op studiereis naar China. Ze schreef er samen met hen een lyrisch boek over, China werpt het juk af, waarin verteld werd hoezeer dit jonge communistische land op de goede weg was.

Nuttige lessen

‘Peking! Welk een begrip is deze naam geworden voor de progressieve mensen, voor de nog onderdrukte volkeren in de wereld! Peking, het levende centrum van het nieuwe China, is het symbool van het land dat zich sinds kort voor altijd heeft bevrijd van feodale achterlijkheid en de kolonialistische ketenen,’ zo noteerden ze.

Daarna volgt een jubelend relaas over de vele prestaties van de Volksrepubliek. In een van de laatste hoofdstukken erkenden de schrijvers dat er weleens iets misging als communistische idealen in praktijk werden gebracht, maar dat vonden ze niet zo’n punt. Daaruit vielen nuttige lessen te trekken. Met steun van de Sovjet-Unie zou het in China helemaal goed komen; wie dat niet erkende kwam ‘in het kamp van de klassevijand terecht’.

<b>Verzetsheldin</b> Annie Averink is tijdens de Tweede Wereldoorlog zeer actief in het verzet. Daarna klimt ze op binnen de CPN. Ze wordt lid van het dagelijks bestuur, zit voor de partij in de Eerste en Tweede Kamer. Ook onderhoudt ze contacten met geestverwanten in de Sovjet- Unie en China. Deze foto is in 1943 gemaakt door haar vader die een fotostudio had, waar ook foto’s voor het verzet werden ontwikkeld.

Verzetsheldin Annie Averink is tijdens de Tweede Wereldoorlog zeer actief in het verzet. Daarna klimt ze op binnen de CPN. Ze wordt lid van het dagelijks bestuur, zit voor de partij in de Eerste en Tweede Kamer. Ook onderhoudt ze contacten met geestverwanten in de Sovjet- Unie en China. Deze foto is in 1943 gemaakt door haar vader die een fotostudio had, waar ook foto’s voor het verzet werden ontwikkeld.

 

Continue Reading →

Oldambtster vrouwen

Uit het Dagblad van het Noorden, 9 september 2017

In de voormalige bibliotheek in Winschoten wordt vandaag, na meer dan een jaar van voorbereidingen, de expositie Oldambtster Vrouwen geopend.

CHC-directeur Marianne Kruijswijk begon vorig jaar al met het maken van de tentoonstelling, na het lezen van een boek over bijzondere vrouwen in Nederland. „Toen kreeg ik het idee om markante vrouwen uit onze regio tentoon te stellen.”

Kruijswijk begon aan een lange speurtocht. Ze dook in archieven, las oude kranten en boeken, sprak met veel mensen en vond foto’s, documenten en andere bijzondere voorwerpen. Uiteindelijk besloot ze welke vrouwen een plekje in de tentoonstelling zouden krijgen.

Aaltje Hamster was zo’n vrouw in het onderwijs. Zij was de eerste vrouwelijke leerling van het gymnasium in Winschoten. „Haar diploma haalde ze niet”, weet Kruijswijk. „De eerste die dat deed, was Allagonda Tresling.” Ro de Beer was het eerste vrouwelijke gemeenteraadslid van Winschoten, in 1919. Haar buurvrouw op de tentoonstelling is ook een politica: Hanneke Jagersma, ooit CPN-burgemeester van Beerta. „Zij is de enige van de tentoongestelde vrouwen die nog in leven is”, vertelt Kruijswijk. „Ik heb met haar gesproken en haar archief gekregen. En kijk eens, daarbij hoort zelfs een burgemeestershamer met daarin een sikkel, die ze als cadeau kreeg bij haar benoeming.”

Continue Reading →

De gruwelijke waarheid over opa Gerrit als proefkonijn

Een artikel van Harry Hekkert in De Stentor van 5 augustus 2017:

Voordat de nazi’s in de kampen op grote schaal mensen ombrengen met het gas Zyklon B, wordt dat eerst op kleine groepen uitgetest. 45 Nederlandse gevangenen zijn in juni 1942 slachtoffer van zo’n experiment. Communisten Gerrit Lagerwaard en Arend Jan Brinks uit Deventer behoren tot de eerste Nederlanders die in de gaskamer omkwamen door het verdelgingsmiddel.

Van Bernburg, de plaats waar haar opa Gerrit in de gaskamer omkwam, had Jeanine Doeve nog nooit gehoord. ,, Ik heb me het verhaal over de laatste uren van opa laten vertellen, maar ik kon het niet opbrengen er te gaan kijken. Het is mij te gruwelijk.”

Toen Jeanine Doeve-Lagerwaard in 1958 werd geboren was haar opa Gerrit al zestien jaar dood. Opa leefde voort op het enige portret dat de familie nog van hem had. Hij was overleden in een Duits kamp, Neuengamme, werd er altijd gezegd. Veel meer werd er niet over zijn dood gesproken. ,,Bij ons in de familie zijn het geen praters. Maar ik had altijd het gevoel dat er iets was wat niet klopte.” Met het zwijgen kwamen de vragen. Gerrit had verschillende overlijdensdata, hoe zat dat? Was hij echt aan een hartziekte overleden, zoals het Rode Kruis op gezag van de Duitsers meldde? En hoe erg was het geweest in Neuengamme? Jeanine Doeve, de jongste kleindochter, zocht twee jaar geleden antwoorden op haar vragen over opa Gerrit. En kreeg rillingen toen ze in Duitsland de waarheid over haar communistische grootvader vond. ,,Toen zakte even de grond onder mijn voeten vandaan, maar het geeft rust om te weten hoe het echt is gegaan.”

Continue Reading →

André Roelofs overleden

Postuum André Roelofs (1931-2017)

Continue Reading →

De omgekeerde staking in Houtigehage van januari 1952

Een opmerkelijk stukje sociale geschiedenis was het onderwerp van een Openluchttheatervoorstelling in de Friese gemeente Smallingerland.

“Het verhaal van de omgekeerde staking is een opmerkelijk verhaal – een verhaal niet alleen over werkloosheid en sociale ongelijkheid, maar ook over de strijd van kleine dorpen versus de ‘hoofdplaats’, over zelfredzaamheid en, toe maar, mienskip.

Het ging over de Parkwyk, een stuk weg bij Houtigehage dat bij regen bijzonder slecht te berijden viel. „It wetter koe net fuort. Bern kamen thús mei smoarge klean, dokter gie ûnderút mei de Solex, sokke dingen.” Een oplossing was wel in zicht: de bovenste laag mengen met de laag eronder, zeg maar. Alleen: dat kost dan geld, en arbeidskracht. En het gemeentebestuur van Smallingerland was niet zo genegen om daarin te investeren.

„De gemeente hie wol jild, Mar-shallhulp en alles, mar dat wie allegearre foar dat lytse ûnnoazele gat Drachten. Philips, no, dêr moast alles foar wike. En dêr yn Drachten seagen se de minsken yn Houtigehage as folk sûnder wet en moraal.”

De toenmalige burgemeester van Smallingerland, Barend Buma, probeerde de goede mensen van Houtigehage zowaar een rad voor ogen te draaien door ze voor te houden dat de minister er geen geld voor over had. Maar de Houtigehaagsters speld je niet zomaar iets op de mouw. „Dat doe is der in delegaasje nei Den Haach gien, yn in âld Kever. Dêr die bliken dat de minister fan neat wist. No, doe moast de boargemaster mei de billen bleat.”

Wurkleazen oan it wurk út protestWurkleazen oan it wurk út protest

En de werklozen van Houtigehage dreven het bevoegd gezag tot wanhoop door doodleuk zelf de handen uit de mouwen te steken. Deze actie werd bijkans landelijk nieuws, en uiteindelijk ging ook het gemeentebestuur overstag.”

Tot zover het verhaal van Jacob Haagsma in de Leeuwarder Courant van 28 juni 2017.

Continue Reading →

De Koude Oorlog in Amsterdam

Het Amsterdam Museum verzamelt korte filmpjes die studenten in het kader van hun opleiding  maken over de geschiedenis van de stad Amsterdam. Dit jaar hebben studenten filmpjes gemaakt over het thema ‘Amsterdam in de jaren vijftig’. Een van de subthema’s was Amsterdam in de Koude Oorlog. Daarover is de volgende bijdrage gemaakt onder de titel Het Rode Gevaar

Verzetsman Kastein krijgt zijn kamertje

Op dinsdag 20 juni 2017 is een klein hoekkamertje op de tweede verdieping van Binnenhof 7 officieel vernoemd naar verzetsheld en oud-Spanjestrijder Gerrit Kastein. Dat gebeurde in aanwezigheid van onder meer Tweede Kamervoorzitter Khadija Arib, de dochter en kleinkinderen van Gerrit Kastein en auteur Buck Goudriaan, die een boek over het leven van Gerrit Kastein schreef. Een onverwachts eerbetoon, heet het op de website van de Stichting Spanje 1936-1939.

In Trouw van 21 juni 2017 heeft Bart Zuidervaart er het volgende artikel aan gewijd:

Eerst vertelde alleen SGP-leider Kees van der Staaij zijn bezoekers over de mislukte ontsnapping van verzetsheld Kastein uit het het gebouw van de Tweede Kamer. Later werd het ook het verhaal van SP-Kamerlid Van Raak. Nu is het kamertje officieel vernoemd naar Kastein.

Met enige regelmaat nam hij die mee naar het kleinste kamertje in de SGP-gang van de Tweede Kamer – een trappetje op, een hoekje om, linksaf onder de hanenbalken door. Daar, in een ruimte van drie bij drie, stonden boekenkasten, een bureau, twee ramen met uitzicht op het Binnenhof. Menigeen weet het sindsdien met smaak na te vertellen: daar vertelde Van der Staaij dan over de heldenmoed van verzetsman Gerrit Kastein, een communist nota bene.

Continue Reading →

Provo’s en communisten tegen AFCENT

Uit: De Limburger, 30 mei 2017

De Nederlandse regering zag aanvankelijk op tegen de hoge kosten voor AFCENT, maar wilde voorkomen dat de organisatie in Duitsland neerstreek. In de zomer van 1966 gaf het kabinet-Cals (KVP en PvdA) daarom groen licht voor vestiging van AFCENT in Brunssum. De Limburgse mijnstreek kon wel een impuls gebruiken. Een jaar eerder had namelijk minister van Economische Zaken Joop den Uyl (PvdA) de sluiting van de Limburgse mijnen aangekondigd. Als eersten zouden de staatsmijnen, waaronder de Maurits in Geleen, dichtgaan, gevolgd door de Hendrik in Brunssum en de Emma in Hoensbroek, waar delen van AFCENT zouden komen. Toen de opperbevelhebber van de NAVO, generaal Lyman Lemnitzer, besloot dat het hoofdkwartier definitief in Brunssum zou komen was de reactie in Limburg aanvankelijk een beetje lauw, zo tekenden twee verslaggevers van de Leidsche Courant in najaar 1966 op. Brunssum had veel ‘liever fabriek dan NAVO’.

Continue Reading →

Deventer verzetsmensen krijgen straatnaam

DAGBLAD DE STENTOR 8 mei 2017

Lies kan straks naar de straat van haar in de oorlog vermoorde vader

Dertien Deventenaren krijgen een straatnaam in de nieuwe wijk Steenbrugge. Onder hen verzetsman Peeke Bosma, die zijn daden met de dood moest bekopen.

Johan van der Veen ijverde ervoor dat Deventenaren die in de oorlog in het linkse verzet zaten, niet vergeten worden door ze een straatnaam in Steenbrugge te geven. Onder hen de vader van Lies Rouw, Peeke Bosma die door de Duitsers werd vergast.

FOTO ronny te wechel

Lies Rouw zingt nu thuis nog de liedjes van haar papa. Een bijdehante man noemt ze vader Peeke Bosma, een forse bonk van een vent. Thuis rustig, naar buiten toe bijdehand. En hij zong altijd. Bosma zou de 34 jaar niet halen. Rouw (84): ,,Het is een vreemd besef, maar ik heb een kleinzoon van die leeftijd.” Ze vertelt het trots in de nieuwe wijk Steenbrugge, waar nu nog een met zand bezaaide vlakte ligt, maar straks onder meer de Peeke Bosmastraat. De gemeente eert dertien Deventenaren met een straatnaam in de nieuwe wijk. Onder hen dus Bosma, Deventer raadslid namens de communistische RSAP en lid van het links verzet in Deventer.

Continue Reading →

Communistisch verzet in Friesland

Na Groningen heeft Friesland nu ook een geschiedenis van het verzet van communisten in de Tweede Wereldoorlog

Chris Beuker schreef zijn boek Communistisch verzet in Friesland 1925-1945 voor het eerherstel van Friese communisten. In de oorlog gingen zij al vroeg in het verzet. Ze hebben geleden onder de gruwelijke repressie van de nazi’s in gevangenissen en concentratiekampen. Sommigen moesten dat met hun leven bekopen. Na de oorlog is hun aandeel in het verzet veel te lang genegeerd en verborgen gebleven door het isolement waarin communisten in de Koude Oorlog terechtkwamen.

De geschiedenis die Beuker aan de hand van talloze mondelinge en schriftelijke persoonlijke getuigenissen heeft opgetekend is van belang voor alle nabestaanden van de Friese verzetsstrijders die sinds de oorlog geconfronteerd zijn geweest met hardnekkige vijandbeelden, en die thuis in veel gevallen ook niet het volledige verhaal te horen kregen. Het boek is ook een bijdrage aan de partijgeschiedenis van de CPN. Het geeft een beeld van de inzet van arbeiders en boeren in Friesland  voor een rechtvaardiger wereld in de traditie van Domela Nieuwenhuis die in die streek de grondslag heeft gelegd voor de socialistische beweging in Nederland. Beuker laat zien dat het Friese verzet in de Tweede Wereldoorlog de voortzetting was van een al langer gevoerde strijd tegen onrecht, sociale ongelijkheid en discriminatie. Communisten vochten niet tegen een land, maar tegen een politiek systeem. “Niet Duitse mensen waren destijds de vijand, maar de fascisten,” zei Rinze Visser, raadslid voor de NCPN in Lemmer, bij de presentatie van het boek op 21 april j.l. in Gorredijk.

Continue Reading →

Geert Sterringa ereburger van de stad Groningen

Uit het Dagblad van het Noorden 4 mei 2017:

Communistisch verzetsstrijder ereburger van de stad Groningen

De communistische verzetsstrijder Geert Sterringa bezweek op 19 januari 1944 in concentratiekamp Buchenwald. Hij is benoemd tot ereburger van de stad en krijgt een plek in het Gulden Boek.

‘Het gemeentebestuur van Groningen is Geert Sterringa zeer dankbaar voor al hetgeen hij voor de stad betekend heeft. In het bijzonder in de donkerste periode uit de geschiedenis van onze stad hield hij de vlam van de hoop brandend.’ Zo schrijft de gemeente in haar motivering.

„Dit is eigenlijk ook een rehabilitatie van het communistisch verzet”, vindt Ruud Weijdeveld uit Zwolle die het boek Het communistisch verzet in Groningen 1940-1945 schreef. „Deze verzetsstrijders kregen na de oorlog weinig erkenning. Ze mochten ook geen beroep doen op de Stichting ’40-’45 voor een pensioen, mede door de Koude Oorlog en omdat ze tegen de inzet van soldaten in Nederlands-Indonesië waren.”

Sterringa werd in 1876 geboren in Firdgum. „Hij was onderwijzer in Groningen en voorman van de CPN in de Provinciale Staten.” Sterringa gaf les aan de Noorderhulpschool voor arme kinderen.

In de jaren dertig waarschuwde hij voor het opkomende fascisme en ving hij gevangenen op die uit Duitse concentratiekampen waren ontsnapt. In de oorlog werkte hij mee aan de verzetskrant Noorderlicht. De Duitsers pakten hem op, omdat hij voor de CPN een manifest schreef over de Februaristaking in 1941, waarmee de bevolking tegen de Jodenvervolging protesteerde. Op 23 april 1941 kwam Sterringa in het Oranjehotel in Scheveningen terecht. Hier zat hij tot begin 1942. Daarna werd hij naar kamp Amersfoort overgebracht en tenslotte ging hij op transport naar Buchenwald. Hij had drie kinderen.

In de wijk Hoornse Meer is een straat naar hem vernoemd. Zijn kleinzoon GeertJan Herder uit Garnwerd was jarenlang directeur van de Montessorischool in dezelfde wijk.

[artikel van Frank von Hebel, Foto: © Geert Sterringa Stichting]

Ook Februaristaker Joop Gerritze schreef een afscheidsbrief

‘Heb geen haat jegens Duitschers’

Joop Gerritze, die meedeed aan de Februaristaking in 1941, schreef in zijn afscheidsbrief voor zijn executie met 31 anderen dat hij ‘voor een goede zaak is gevallen’.

De afscheidsbrief van Willem Kraan, één van de initiatiefnemers van de Februaristaking triggerde iets in de familie van februaristaker en verzetsman Joop Gerritze (1913). “We lazen die brief van Kraan en realiseerden ons dat onze ome Joop en Willem Kraan naast elkaar op Soesterberg stonden. Joop schreef net als Kraan, op dezelfde datum, een aangrijpende brief aan zijn familie,” zegt neef Willem Gerritze (61).

Hun oom Joop werkte in de oorlog als machinebankwerker bij Fokker in Noord en deed mee aan de sabotage van vliegtuigonderdelen. “Hij strooide letterlijk zand in de radaren en zorgde dat er onderdelen kapotgingen,” zegt neef Joop Gerritze (71), die naar zijn oom is vernoemd.

Continue Reading →