Herinneringen van Hugo van Langen

Hugo van Langen (1923) schreef zijn herinneringen aan de Tweede Wereldoorlog aanvankelijk op verzoek van zijn kleindochter. Zijn verhaal is nu gepubliceerd door Erik Gerritsma, die onderzoek doet naar het verzet in de IJmond.

Op 27 februari is het boekje Arbeidersverzet tijdens de Duitse bezetting op een bijeenkomst, mede georganiseerd door FNV IJmond, in de Openbare Bibliotheek van IJmuiden ten doop gehouden met toespraken van de auteur en van Levin Zuhlke-van Hulzen van FNV-jongeren. Hugo benadrukte in zijn toespraak dat het communistisch verzet geworteld was in de vooroorlogse strijd tegen het fascisme. Zijn ouders, ook communist, hadden voor de oorlog in Rotterdam al Duitsers in huis die gevlucht waren voor de nazi’s. Communisten namen ook deel aan de strijd in Spanje tegen Franco. Het verzet tegen de Duitse bezetter was op de eerste plaats verzet tegen het fascisme en tegen het kapitalisme dat het fascisme uiteindelijk heeft geproduceerd. De droom van de verzetsmensen dat hieraan een einde zou komen is helaas niet uitgekomen. Van Langen riep de nieuwe generaties op daaraan te blijven werken.

Hugo van Langen tijdens de presentatie van zijn boek.

‘Het fascisme is [nog] altijd en overal latent aanwezig’, schrijft Van Langen in Arbeidersverzet. ‘Doorlopend bestaat het gevaar dat invloedrijke kringen zich hiervan zullen bedienen als zij denken dat hun privileges in gevaar komen.’ Daarom moeten we de geschiedenis levend houden. ‘De bijdrage van ons volk aan het verzet tegen de fascistische onderdrukkers is veel groter geweest dan uit de officiële naoorlogse geschiedschrijving blijkt. De samenwerking tussen het kapitalistisch establishment en Nazi-Duitsland is veel groter geweest dan waarvan mensen zich bewust zijn.’ En dat komt ook omdat ‘lieden die een minder fraaie rol in die tijd gespeeld hebben hun stempel op de geschiedschrijving konden drukken.’ De rol van de Sovjet-Unie bij de bevrijding van ons land verdient dan ook een correctie. Zonder de overwinning van het Rode Leger op de nazi’s die Hitler’s legers ernstig verzwakten hadden de Amerikanen en Canadezen ons nooit kunnen bevrijden.

Continue Reading →

Een Februaristaker uit Suriname

Charles Desiré Lu A Si (1911-1942) was een communistische verzetsstrijder afkomstig uit Suriname, die ook een rol speelde in de Februaristaking van 1941.

Charles Desiré is 13 december 1911 geboren te Paramaribo. Vanaf 1931 woonde hij in Amsterdam. Hij trouwde op 28 oktober 1936 met Rachel Frankfoorder. Daarvoor heeft hij ook korte tijd in Den Haag gewoond. Als beroep gaf hij op: ‘artiest’, ‘buffetbediende’, ‘slagwerker’ en bij zijn arrestatie ‘elektrisch lasser’.

Volgens de opgave voor het Gedenkboek voor communistische verzetsslachtoffers was hij al lang voor de oorlog lid van de CPN ‘en functionaris’.

Onder zijn bijnaam “Shanghai Express”
” …verspreidde [hij tijdens de oorlog] illegale pamfletten en was [hij] medeorganisator van de Februaristaking. Op 25 juni 1941 werd hij met zeshonderd andere bekende communisten opgepakt.(12) Hij zat achtereenvolgens gevangen in de kampen
Schoorl, Amersfoort, Neuengamme, Dachau en Auschwitz, waar hij op 15 november 1942 overleed aan de gevolgen van martelingen.”(13)

Ook zijn vrouw Rachel was actief betrokken bij het verzet. Zij “Deed illegaal werk. Overleefde Auschwitz, Birkenau, Bergen-Belsen en Theresienstadt.

Op last van het Ministerie van Justitie werd op 27 november 1953 de overlijdensakte van Charles Désiré Lu-A-Si, geboren 13 december 1911 te Paramaribo en overleden 15 november 1942 te Oświęcim (Auschwitz) in Polen, ingeschreven in de registers te Amsterdam.
In Suriname wordt C.D. Lu-A-Si tesamen met andere lotgenoten vermeld op de Plaquette van het Monument “Ter Nagedachtenis aan een Deel van de Surinaamse Gevallenen van de Tweede Wereld Oorlog 1940 – 1945 in Europa en Azië”. Dit Monument staat bij het Onafhankelijkheidsplein aan de Waterkant, nabij de Marinetrap in Paramaribo.

[met dank aan William L. Man A Hing van het blog van de werkgroep Caraïbische Letteren]

Het ‘laatste communistische bolwerk van Nederland’ heet Reiderland

Een terugblik door Pieter de Hart van RTV Noord

Bij de gemeenteraadsverkiezingen behaalt de NCPN van Koert Stek en Hans Heres op 2 maart 1994 de meerderheid van de stemmen.

Commissaris van de Koningin Vonhoff reageert afgemeten op de uitslag: ‘Het is in Nederland een uitzonderlijk fenomeen’. In Reiderland regeert de NCPN vervolgens vier jaar lang met een meerderheid van 50,2 procent van de stemmen. Ze bezetten zeven van de dertien raadszetels.

Pal na de verkiezingen probeert de PvdA nog wat af te doen aan de uitslag: er zijn bijna 695 volmachten gebruikt bij deze verkiezingen. Op een aantal van vierduizend uitgebrachte stemmen. En dan te bedenken, dat met welgeteld veertig stemmen verschil de cruciale restzetel naar de NCPN is gegaan. Er worden geen onregelmatigheden gevonden.

En dus gaan Koert Stek en Hans Heres aan de slag als wethouder. Ze komen met hart en ziel op voor de mensen die het niet breed hebben. De in december van het afgelopen jaar overleden Hans Heres zou tot 2001 wethouder blijven.

Hij struikelt over Blauwestad. Heres was aanvankelijk voor, omdat het megabouwproject zorgt voor veel werkgelegenheid. Hij verandert van standpunt, als blijkt dat er toch vooral dure huizen worden gebouwd.

De NCPN was begin jaren negentig opgericht door communisten die niet wilden opgaan in GroenLinks. Het conflict over Blauwestad mondde uit in een nieuwe afscheiding. Engel Modderman, in 1998 nog NCPN-lijsttrekker bij de Tweede Kamerverkiezingen (ruim 10 duizend stemmen), richt de Verenigde Communistische Partij op.

Ideologisch staat de VCP een andere lijn voor. Engel Modderman gelooft tot op de dag van vandaag in het ‘Cubaanse model’, de NCPN was van de Moskou-lijn. En bleef dat: ‘Als Stalin echt zo erg was, waarom demonstreren er in Rusland dan nog steeds zoveel oudere mensen met zijn portret?’, placht Hans Heres te zeggen.

Hij zal herinnerd worden als de laatste communistische wethouder van Nederland. De uitslag in Reiderland legde daarvoor de basis. Want de NCPN won er de absolute meerderheid op deze dag in de geschiedenis, 2 maart 1994.

Hans Heres overleden

De rode erfenis van Hans Heres blijft voortbestaan

door Pieter Broesder, Dagblad van het Noorden, 4 januari 2019

De Nieuwe Communistische Partij van Nederland is van het politieke strijdtoneel verdwenen. Toch laat de onlangs overleden Hans Heres (72), medeoprichter van de NCPN, met het project De Rode Hulp een tastbare herinnering na.

Met Koert Stek en Albert Schwertman was Hans Heres één van de communisten die in de voormalige gemeenten Beerta, Finsterwolde en later Reiderland vele jaren de politieke agenda bepaalden. Ze vochten voor de CPN de Koude Oorlog uit. Toen de CPN in 1992 opging in GroenLinks trokken de Oost-Groningers samen verder op onder de naam NCPN. Ze bemanden als het ware het laatste communistische bastion van Nederland.

Heres, die zes burgemeesters meemaakte, zag de partij groeien. In 2002 werd de NCPN de grootste fractie, maar na de verkiezingen in 2006 was het min of meer gedaan met de partij. Heres maakte ook mee dat de NCPN weer kromp tot een eenmansfractie. Een zwanenzang. De partij kwam na de herindeling van Reiderland met Scheemda en Winschoten niet in de gemeenteraad van de nieuwe gemeente Oldambt en speelde politiek niet meer mee. De afgesplitste Verenigde Communistische Partij (VCP) van Engel Modderman wel. De VCP houdt met drie raadsleden nog steeds stand.

 

Politiek mag er dan weinig resten, Heres laat een andere erfenis na. Want hij zorgde ervoor dat de mensen van De Rode Hulp niet werden vergeten. De Rode Hulp was een organisatie die vooral bestond uit communisten. In 1933, vrijwel direct na de machtsovername in Duitsland door de nazi’s, kwamen ze in het geweer om tegenstanders van het regime te helpen de grens over te komen. Op die manier ontsnapten tientallen Joden en politieke tegenstanders aan het regime. De vluchtelingen werden ook verborgen gehouden voor de Nederlandse overheid. Want eenmaal betrapt werden ze zonder vorm van proces teruggestuurd naar nazi-Duitsland. Met alle gevolgen van dien.

Op initiatief van Heres zijn in het Duits-Groningse grensgebied informatieborden geplaatst over de mensen van De Rode Hulp en de vluchtroutes die zij namen. Het zijn kleine monumenten. Ze staan langs een route door het Duitse Emsland, op plekken waar straf- en concentratiekampen waren. Heres was er vorig jaar nog bij toen drie informatiepanelen werden geplaatst bij Bad Nieuweschans.

„Dat was Heres ten voeten uit”, zegt de 73-jarige Greta Volders uit Finsterwolde. Als CPN-wethouder in Finsterwolde werkte ze bestuurlijk samen met haar CPN-collega in buurgemeente Beerta. „Hij was een strijder tegen racisme en vreemdelingenhaat. Hij heeft ervoor gezorgd dat dit belangrijke deel van de Groningse geschiedenis, van het communistische verleden vooral ook, niet vergeten raakt. De herinnering blijft.”

Dat zegt ook Harm Arend Meijer uit Bad Nieuweschans. Hij werkte met Heres samen om de panelen geplaatst te krijgen. „Heres raakte in 2015 onder de indruk van de tentoonstelling Het communistisch verzet tijdens de Tweede Wereldoorlog in het Veenkoloniaal Museum in Veendam. Hij vond dat die expositie een blijvend vervolg moest krijgen en heeft zich tot het uiterste ingespannen dat voor elkaar te krijgen.”

 

 

 

Eerbetoon aan Deventer communisten

Uit: Deventer Post, zaterdag 8 december 2018

Deventer – Op woensdag 28 november heeft de onthulling plaatsgevonden van het eerste, definitieve straatnaambord in Steenbrugge. De straatnamen in Steenbrugge, een nieuw dorp gelegen aan de noordzijde van Deventer, krijgen een historisch karakter. Als eerbetoon aan personen die in de eerste helft van de twintigste eeuw een belangrijke rol hebben gespeeld in het politieke en maatschappelijke leven in de regio, worden de straten naar hen vernoemd. Gebiedsontwikkelaar BPD, Bouwfonds Property Development, heeft hiervoor een officiële ceremonie georganiseerd.

Op woensdagmiddag 28 november vond om 14.15 uur een ceremonie plaats om het eerste, definitieve straatnaambord te onthullen. Hierbij waren de familie van de in 1942 gefusilleerde Deventenaar Johan Roebers aanwezig, samen met Jan Jaap Kolkman, wethouder van de Gemeente Deventer, en Erik Makkinga, Senior Locatiemanager bij BPD regio Noord-Oost Midden. Johan Roebers was in de periode 1919 – 1940 lid van de gemeenteraad van Deventer.

Tijdens de onthulling heeft Dirk Metselaar, voorzitter van de Werkgroep Vergeten Verzet, beknopt uitleg gegeven over het onderzoek van de werkgroep in relatie tot een aantal van de gekozen straatnamen.

De straten in Steenbrugge worden vernoemd naar personen die een belangrijke rol hebben gespeeld in onze regio tijdens de eerste helft van de vorige eeuw, waaronder de raadsleden van de Revolutionair Socialistische Arbeiderspartij (RSAP) en de Communistische Partij van Nederland (CPN) die tijdens de oorlog zijn opgepakt.

Een van de communisten die in de nieuwe wijk vernoemd werd is Rien Ditzel, oud-verzetsman en CPN-wethouder

[foto: Johan van der Veen]

Drentse communisten in het verzet

Als we het over verzet in de oorlog hebben gaat het vrijwel nooit over het communistisch verzet, schrijft het Dagblad van het Noorden, ter gelegenheid van een bijzonder symposium in het Drents Archief in Assen op 13 oktober.

Het symposium, dat ondanks het fraaie warme herfstweer druk werd bezocht, was georganiseerd door Wim Ensing van het Drents Archief, die bij toeval op de vergeten helden uit de Noordelijk verzet stuitte. Een gevoel van onrecht bekroop hem naarmate hij zich meer verdiepte in het communisme in het Noorden van voor de oorlog. „Het symposium gaat over een onbekend stukje verzet. Het is erg ver weggezakt in de herinnering, maar er zijn tientallen communisten uit het Noorden die zijn omgekomen vanwege verzetsactiviteiten.”

Een eerste aanzet daarvoor leverde het dagboek dat Assenaar Sjerp Weima heeft bijgehouden nadat hij was opgepakt, omdat hij in de gemeenteraad van Assen had gezeten en zijn mening over het oppakken van Joden niet onder stoelen of banken stak. Het is een wonder dat hij de barre jaren in Duitse concentratiekampen heeft overleefd. Weima had niet eens de kans om zich echt te storten in het verzetswerk, want de Duitsers hadden zich na de mede door communisten georganiseerde februaristaking in 1941 tot doel gesteld om de aanhangers systematisch uit te weg te ruimen.

Het onlangs opgedoken egodocument van Sjerp Weima.

Continue Reading →

Harry van Kruiningen – een kunstenaar op zoek naar waarheid en schoonheid

Harry van Kruiningen (1906-1996) was een van de vele kunstenaars die verbonden waren aan de CPN. Met twee dikke boeken heeft Annemieke Jurgens leven en werken van deze tot nu toe relatief onbekende kunstenaar vastgelegd.

Harry van Kruiningen was beeldend kunstenaar en na de oorlog lange tijd docent grafische technieken aan de kunstacedemie in Arnhem. Hij is als Henri Janssen geboren in Zeeland maar woonde het grootste deel van zijn leven in Amsterdam, waar hij contact had met verschillende andere linkse kunstenaars zoals Chris Beekman, Peter Alma, Hildo Krop en Henri Pieck. Hij was lid van de jeugdbond De Zaaier en zat met Daan Goulooze op de partijschool waar Henriëtte Roland Holst les gaf. Voor de Tribune maakte hij rond 1930 enkele spotprenten. Voor de partij ontwierp hij onder andere een verkiezingsaffiche met de leuze ‘Indonesië los van Holland nu’ met het citaat van Karl Marx: ‘Geen volk is vrij dat een ander volk onderdrukt.’

De Tribune kreeg in die tijd bijdragen van arbeiderscorrespondenten (aangeduid met arcor) en ook van klassebewuste tekenaars (arteek). Van Kruiningen was Arteek 1. Onderstaande spotprent slaat op de hetze van de katholieke geestelijkheid tegen de communistische krant vanwege atheïstisch getinte artikelen.

Naast zijn politieke werk probeerde hij ook een bestaan op te bouwen als kunstenaar. Dan was hij de ene dag druk met het onderbrengen van de deelnemers aan een werklozencongres. En de andere dag stond hij ‘met een mooi pakkie aan op de opening van een zo’n upper-ten kunsthandel op een van de grachten. Dat was heel gek, hè’ zei hij vele jaren later in een interview met Carry van Lakerveld. ‘Die jongens waar ik mee bezig was in de politiek, die wisten daar helemaal niets van en die anderen wisten niet dat ik aan politiek deed.’ (Cahiers over de geschiedenis van de CPN, nr. 8, april 1983)

Continue Reading →

De Spaanse hemel spreidt zijn sterren

Een getuigenis van de internationale anti-fascistische beweging. 

De Spaanse burgeroorlog (1936-1939) staat in de meeste geschiedenisboekjes beschreven als een conflict tussen twee Spaanse kampen: de republikeinse regering en de opstandelingen onder leiding van generaal Franco. Een intern Spaanse strijd, die aan meer dan een halfmiljoen mensen het leven heeft gekost en in 1939 eindigde met de vestiging van een dictatoriaal regime dat pas na de dood van Franco in 1975 vervangen kon worden door een democratie.

Maar kun je een oorlog waarin zoveel internationale partijen betrokken waren – internationale brigades, de Sovjet-Unie, Italiaanse fascisten, Duitse nazi’s-  nog wel een burgeroorlog blijven noemen? Het boek van Rien Dijkstra De Spaanse hemel spreidt zijn sterren laat zien dat deze ‘burgeroorlog’ in feite een internationaal strijdperk was tussen het fascisme aan de ene kant en ‘een grote internationale sociaal-politieke beweging die vocht voor democratische rechten, gelijkheid en sociale vooruitgang’ aan de andere kant. En als zodanig kan de Spaanse burgeroorlog dan ook wel beschouwd worden als opmaat van de Tweede Wereldoorlog.

Continue Reading →

Riek Milikowski-de Raat schilderde tot in haar 100ste levensjaar

Op 5 augustus 2018 overleed de kunstenares Riek de Raat op 99-jarige leeftijd.

Zelfportret[zelfportret]

‘In de oorlog was Riek actief in het communistisch verzet, samen met haar vriend Anton Winterink. Riek drukte en verspreidde De Waarheid en verzorgde bonnen voor onderduikers. Hij was lid van de spionage-organisatie Rote Kapelle, een groep die contact hield met Moskou. Uiteindelijk werd Winterink in 1944 opgepakt en gefusilleerd in het Belgische kamp Breendonk. Na de oorlog begon Riek een nieuwe relatie met de uit een orthodoxjoodse familie afkomstige Herman Milikowski.

Nadat Herman zijn studie sociologie had voltooid, kon hij in opdracht van de gemeente Leiden onderzoek gaan doen in de krottenwijken van die stad. In 1953 verhuisde het gezin naar Leiden waar Riek lid werd van het schilder- en tekengenootschap Ars Aemula Naturae. Zij maakte onder andere een indringende serie tekeningen in Siberisch krijt, geïnspireerd op werk van haar man. ‘Herman kan het verwoorden, Riek verbeelden’, zo was hun gedachte.

Continue Reading →

Symposium ‘Communisten in verzet tegen fascisme en kapitaal’

Het Bevrijdingsmuseum in Groesbeek organiseerde op zaterdag 19 mei ter gelegenheid van de bijzondere tentoonstelling over Communisten in verzet tegen fascisme en kapitaal een symposium, een uniek ‘moment voor het vergeten communistisch verzet’ (De Gelderlander).

Max van den Berg (91) opende de druk bezochte bijeenkomst met een inleiding waarin hij allereerst de acties van communisten tegen de armoede en de werkloosheid vòòr de oorlog beschreef. Het verzet tegen de politiek van Colijn zou later de grondslag leggen voor het communistisch verzet tijdens de Duitse bezetting. Van den Berg memoreerde onder andere het Jordaanoproer van juli 1934, waarbij de regering tanks inzette tegen een opstandige Amsterdamse bevolking. Er vielen vijf doden. De persen van het communistische dagblad De Tribune werden onklaar gemaakt en de gehele oplage van de krant werd in beslag genomen.

Communisten waren voor de oorlog actief in Werklozen Actie Comités en in de brede werklozenbeweging Eendracht maakt macht (EMM). Die beweging bleef in het eerste oorlogsjaar actief onder werkverschaffingsarbeiders, onder andere bij de Heidemaatschappij. Acties tegen verlenging van de arbeidsdag leidden tot resultaat, evenals protesten tegen de loondaling wegens vorstverlet. Begin 1941 ontstond na openbare bijeenkomsten van arbeiders op het Raamplein en in Het Vondelpark, en het afblazen van de uitzending van metaalarbeiders naar Duitsland het gevoel dat er ondanks de bezetting resultaten behaald konden worden. Dat gaf mede de stoot tot de massale Februaristaking die werd uitgeroepen door de communisten nadat de Duitsers bij een razzia honderden Amsterdamse Joden hadden gearresteerd en weggevoerd. Max van den Berg deed als 14-jarige scholier ook mee aan deze staking, die zich uitbreidde over de Zaanstreek, het Gooi en Utrecht.

De Februaristaking was van grote betekenis als teken van verzet tegen het racisme van de nazi’s. Het is volgens Van den Berg opvallend dat de staking tegen de uitzending van troepen naar Indonesië, vlak na de oorlog, op 21 september 1946 nooit zoveel bekendheid heeft gekregen en niet in dezelfde mate is herdacht. Ook na de oorlog ging het om verzet tegen het racisme, maar dan van de eigen regering, zei hij. De weigeraars, die zich toen principiëel verzetten tegen de koloniale oorlog, verdienen volgens hem dan ook volledige rehabilitatie. Zij stonden immers, zoals later ook wel algemeen is erkend, ‘aan de goede kant van de geschiedenis’.

Na de inleiding van Max van den Berg werd het symposium voortgezet met een panel van vier onderzoekers onder leiding van Lennert Savenije, die onlangs aan de Radboud Universiteit promoveerde op collaboratie en verzet in Nijmegen.

V.l.n.r Rien Dijkstra, Chris Beuker, Johan van der Veen, Ruud Weijdeveld en Lennert Savenije (foto Conny Ruigrok)

Continue Reading →

Herinneringen aan de Rode Hulp

Op zaterdag 5 mei zijn in Groningen langs de Duitse grens borden onthuld die herinneren aan  vluchtroutes in de jaren 1933-1940. Via deze routes, schrijft Ruud Weijdeveld van de Geert Sterringa Stichting, werden Duitse antifascisten over de grens gesmokkeld om ze aan vervolging in Duitsland te onttrekken en zo hun leven in veiligheid te brengen. De borden staan langs een fiets- en wandelroute op punten die een rol hebben gespeeld bij de Rode Hulp, volgens onderzoek van de Geert Sterringa Stichting.

Continue Reading →

Tentoonstelling over het communistisch verzet in Bevrijdingsmuseum Groesbeek

Op 1 mei is in het Bevrijdingsmuseum in Groesbeek de tentoonstelling De Communisten – In Verzet tegen Fascisme en Kapitaal geopend.

De tentoonstelling vindt plaats in het kader van het Jaar van het Verzet 2018. Het communistisch verzet komt tot leven aan de hand van vele verzetsposters, kranten, foto’s, videomateriaal en muziekfragmenten. Er zijn tal van historische verzetsobjecten te zien uit Nederland en Duitsland: van een stencilmachine waarmee De Waarheid werd gedrukt tot sabotagegereedschap waarmee treinen werden ontspoord. De vervolging van de communisten wordt verteld aan de hand van de indrukwekkende tekeningen van Henri Pieck en het bijzondere schaakspel dat verzetsman Nico Mourer in gevangenschap maakte van broodkruimels. De tentoonstelling besteedt zowel aandacht aan het antifascistisch verzet van communisten vòòr de oorlog als aan hun groeiend isolement ondanks hun verzetsrol na de oorlog.

De opening van de tentoonstelling werd verricht door Ina Brouwer, het laatste Kamerlid voor de CPN, Rutger Groot Wassink, fractievoorzitter van GroenLinks in de Amsterdamse Gemeenteraad en Tjerk Kloostra, kleinzoon van een oud-verzetsstrijder uit Den Haag. Kloostra liet een film zien die hij gemaakt heeft over de dag waarop zijn opa door de Duitsers is opgepakt. De openingshandeling bestond uit het uitdraaien van een poster uit een oude drukpers, die in de oorlog in Nijmegen is gebruikt.

[op de foto v.l.n.r. Tjerk Kloostra, Rutger Groot Wassink, Ina Brouwer en conservator Rense Havinga

Continue Reading →

De gaskamer in Bernburg an der Saale

In de psychiatrische kliniek in Bernburg an der Saale bij Maagdenburg vonden 45 Nederlandse communisten de dood in de gaskamer.

Het psychiatrisch ziekenhuis deed tot augustus 1941 dienst als ‘euthanasiecentrum’ voor gehandicapten. Daarna werd de gaskamer gebruikt voor het vermoorden van gevangenen uit concentratiekampen. Dat zich onder die laatste groep ook Nederlanders bevonden, is in Nederland pas bekend sinds 2005. De communisten zaten gevangen in concentratiekamp Neuengamme. Daar zouden ze volgens aanvankelijke berichten ook zijn omgekomen. In NRC Handelsblad van 4 mei 2018 schrijft Rineke van Houten het verhaal over het nu pas bekend geworden einde van de Amsterdamse communist Joop Meijer. In het boek Het Telegram van Rien Dijkstra over de Utrechtse communisten die in juni 1941 in het kader van de Aktion CPN zijn opgepakt wordt de gaskamer van Bernburg ook genoemd. Wiebe van Roeden en Hartog Sterner zijn daar ook omgekomen. Hetzelfde gruwelijke lot trof de communisten Gerrit Lagerwaard en Arend Jan Brinks uit Deventer.

Continue Reading →

Het Telegram

Eind juni 1941, kort nadat Hitler-Duitsland de aanval had geopend op de Sovjet-Unie, werden in Nederland honderden communisten gearresteerd. Rien Dijkstra schreef een boek over de 26 Utrechtse slachtoffers van deze Aktion CPN.

Op zoek naar de lotgevallen van Johannes de Vries, een ver familielid dat in de oorlog in concentratiekamp Neuengamme is omgekomen, kwam Dijkstra een arrestatietelegram tegen van de Utrechtse SD aan het hoofdkwartier in Den Haag. Daarop stonden 26 namen, merendeels communisten en enkele andere linkse mensen, 25 mannen en een vrouw, die in de nacht van 24 op 25 juni 1941 in Utrecht zijn gearresteerd en overgebracht naar Kamp Schoorl. Van hen zijn er 21 overgebracht naar Duitse concentratiekampen. Zeventien hebben het niet overleefd.

In Het Telegram geeft Dijkstra gedetailleerde informatie over deze 26 Utrechters, hun achtergrond, familie, adressen waar ze gewoond hebben en, voorzover bekend, hun politieke activiteiten. Hij zet hen in de context van de eerste oorlogsjaren in Utrecht en de vooroorlogse politieke en sociale verhoudingen. En hij beschrijft in het kort alle concentratiekampen waar het merendeel van deze groep korte of langere tijd heeft doorgebracht.

Continue Reading →

Gedenksteen clubhuis Indonesische studenten

In het pand Hugo de Grootstraat 12 in Leiden zat voor de Tweede Wereldoorlog de club van Indonesische studenten.

In het clubhuis kwam een gemêleerd gezelschap bijeen: er kwamen studenten die vooral in cultuur geïnteresseerd waren, maar er zaten ook studenten bij met voor die tijd radicale ideeën over nationalisme en communisme. Leden van de Perhimpoenan Indonesia, een vereniging die streed voor een onafhankelijk Indonesië, discussieerden er over de toekomst van hun land.

Het Clubhuis Indonesia vormde vooral in de eerste twee oorlogsjaren een belangrijk toevluchtsoord. De Indonesische studenten konden vanwege de oorlog niet terug naar hun eigen land en ontvingen geen geld meer om te overleven. Het Leids Universiteits Fonds ondersteunde hen met maaltijdbonnen waardoor ze konden eten op het clubhuis. De studenten kregen het extra moeilijk toen de Duitse bezetter eind 1940 de universiteit sloot.

Een aantal Indonesische studenten heeft in Nederland tijdens de oorlog ook deelgenomen aan het verzet en sommigen moesten dat met de dood bekopen.

Continue Reading →

André van Duin: ’Dan had ik nu Duits gesproken…’

Bij de herdenking van de Februaristaking droeg André van Duin enkele gedichten voor.

Amsterdam – Duizenden aanwezigen hebben zondag de Februaristaking van 25 februari 1941 herdacht bij het monument De Dokwerker in Amsterdam. André van Duin droeg, exact 77 jaar na de grootse staking in de Tweede Wereldoorlog, drie gedichten voor. Daarna werden kransen en bloemen gelegd.

Volkskomiek Van Duin maakte indruk met zijn rake gedichten. „We mogen nooit vergeten was hier ist passiert”, sprak hij. „Onze felbevochten vrijheid moet daarom blijvend worden herdacht en gevierd. We leven nu in een vrij land, maar als ik vandaag de dag door het nieuws blader, denk ik regelmatig terug aan de woorden van mijn vader. ’Ik hoop dat het nooit meer oorlog wordt’, de toekomst zal het ons leren. We hebben niet alles in de hand, maar we moeten het wel proberen. Want stel dat het toen was misgegaan en de nazi’s niet waren gebroken. Dan had ons Nederland niet meer bestaan en had ik nu misschien Duits gesproken.”

[Mike Muller in De Telegraaf, 26 februari 2018, foto JvD]

Continue Reading →

De regeringscommissaris van Finsterwolde

Naar aanleiding van het benoemen van een regeringscommissaris voor het eiland St.Eustatius vertelde Marianne Braun op Radio 1 over de regeringscommissaris van Finsterwolde op het hoogtepunt van de Koude Oorlog in 1951

Noordoost-Groningen is al lange tijd een links bolwerk wanneer de Communistische Partij Nederland (CPN) in de jaren 30 populair wordt. “De meeste mensen waren er straat- en straatarm”, vertelt politicoloog Marianne Braun in NOS Met het Oog op Morgen. Zij deed onderzoek naar de gebeurtenissen in het ‘rode dorp’ in de jaren dertig.

De dagloners en landarbeiders werkten in mensonterende omstandigheden. “Ze werkten bijvoorbeeld in de aanslibbingskust van de Dollard, waar ze tien uur lang moesten staan en geen moment pauze kregen.”

De bittere armoede stond in schril contrast met een kleine groep met wie het extreem goed ging: de zogeheten herenboeren, die veel grond bezaten. “Deze ‘dikke boeren’ vernederden en buiten de landarbeiders echt uit, maar de CPN kwam voor hen op”, volgens Braun.

Continue Reading →

Geert Sterringa ereburger van Groningen

Verzetsstrijder Geert Sterringa, die op 19 januari 1944 in concentratiekamp Buchenwald bezweek, is sinds vrijdag ereburger van de gemeente Groningen. Hij werd op het Stadhuis postuum bijgeschreven in het Gulden Boek. Kleinzoon GeertJan Herder was hierbij aanwezig. Sterringa werd geboren in Firdgum en was onderwijzer in Groningen. Hij werkte mee aan de verzetskrant Noorderlicht. De Duitsers pakten hem op omdat hij voor de CPN een manifest schreef over de Februaristaking.

[Dagblad van het Noorden, 25 november 2017]

Continue Reading →

Leven in het teken van Russische revolutie

Maaike Borst in Dagblad van het Noorden, 6 november 2017

Aan zijn voeten staat de bestorming van het Winterpaleis. Het werk is net af. Mello Schwertmann schilderde de bolsjewieken, met rode vlaggen en geweren tegen de schouders, oprukkend naar het paleis in Sint-Petersburg tijdens de Oktoberrevolutie van 1917.

Het is morgen precies honderd jaar geleden. In 2017 staat de 79-jarige Schwertmann in zijn garage in Finsterwolde. Omringd door Sovjettaferelen op doek: de lege troon van de tsaar, korenoogstende vrouwen, bouwende arbeiders, portretten van Lenin. Allemaal eigenhandig gemaakt.

Hoeveel van dit soort werken hij maakte, is de voormalige huisschilder vergeten. Veel. De meeste gaf hij weg. „Ik heb er nooit iets voor willen hebben.”

Natuurlijk niet. Hij is communist. Met de strijd van de arbeiders tegen het kapitaal is hij grootgebracht. Hij is de neef van verzetsstrijder Hendrik Schwertmann en CPN-voorman Albert Schwertmann. „Mijn opa was een Duitse sociaaldemocraat. Toen de familie hiernaartoe kwam, vonden mijn ooms dat het wel wat feller mocht.”

Continue Reading →

Een herdenking in het bos bij Woudenberg

Op een warme herfstdag kwamen enige tientallen mensen naar Woudenberg voor de herdenking van de moord op vijftien verzetsmensen, nu 75 jaar geleden.

Op 16 oktober 1942 fusilleerden de nazi’s in de bossen tussen Amersfoort en Woudenberg vijftien linkse verzetsmensen, een represaillemaatregel voor een aanslag op een Wehrmachttrein bij Hengelo. Twaalf van hen zaten vast in Kamp Amersfoort, drie waren overgebracht vanuit een gijzelaarskamp in Brabant. Daaronder was de advocaat Hein Vrind uit Almelo, een pacifist, lid van de JVA (Jongeren Vredes Actie).

Bij de herdenking werden de namen van alle omgebrachte mannen opgelezen: D.J.H. Bannink, raadslid voor de CPN in Deventer, H. van Dam, CPN-bestuurder uit Wageningen, J.C. Endeveld, W. van Ewijk, A.J. Gerritsen,  ook raadslid voor de CPN in Deventer, J. Haantjes, P.A. van Heijningen, Februaristaker uit Amsterdam, J. van den Kerkhoff, J.H. Kors, CPN-lid uit Amsterdam Bos en Lommer, D. v.d. Meulen, verzekeringsagent en CPN-lid uit Deventer, E.Ooyevaar, CPN-lid uit Amsterdam Oosterparkbuurt, J.H. Roebers, J. van Veen, gemeenteraadslid voor de CPN in Enschede, H.W.L. Vrind en A.J.IJmkers.

Over alle communisten in deze groep is meer te vinden in het archief van het (nooit gepubliceerde) Gedenkboek voor gevallen verzetsstrijders, nu onderdeel van het CPN archief in het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis in Amsterdam.

Het monument voor deze verzetsmensen staat sinds 1992 op de executieplaats, bij de Trekerweg, een fietspad dat begint achter restaurant Bergzicht, Doornseweg 23, Woudenberg.

Continue Reading →