Ondanks hun dappere rol in het verzet…

Ondanks hun dappere rol in het verzet…

Jalta, The Right Story 11 november 2016

Jos van Dijk heeft kritiek op het gangbare beeld dat wij hebben over de Communistische Partij Nederland en haar rol in de Koude Oorlog. Hoewel je de communistische ideologie natuurlijk kunt afwijzen zijn niet alle middelen om een politieke partij te bestrijden geoorloofd. De VVD speelde in deze geschiedenis een opmerkelijke rol, laat Van Dijk zien, die je van deze partij wellicht niet zou verwachten…

Paria’s

Bij de eerste parlementsverkiezingen na de Tweede Wereldoorlog in 1946 behaalde de Communistische Partij van Nederland (CPN) een geweldige winst,  ze werd met ruim 10% van de stemmen ineens een middelgrote partij. De reputatie die de communisten hadden opgebouwd in het verzet was groot en er was veel bewondering voor de rol van het Rode Leger in de strijd tegen de nazi’s. De Waarheid was even de grootste krant van Nederland en duizenden arbeiders schreven zich in als lid van een nieuwe vakbond die was aangesloten bij de communistische Eenheidsvakcentrale.

Tien jaar later, begin november 1956, vernielden oproerkraaiers de ruiten van Felix Meritis, het landelijke partijkantoor, tevens drukkerij van De Waarheid, onder het toezicht oog van de Amsterdamse politie. De woede over het Russische optreden in Hongarije zorgde ook elders voor opstootjes en bedreigingen van individuele communisten en hun gezinnen. De partij was in feite vogelvrij verklaard. Communisten werden als paria’s behandeld en verloren hun posities in tal van maatschappelijke organisaties, van literaire clubs tot speeltuinverenigingen. Wat was er in die tien jaar gebeurd?

Nog net niet verboden

Sinds de opheffing van de CPN in 1991 is er al veel geschreven over de geschiedenis van de partij, de politieke standpunten, de interne conflicten en de belangrijkste leidende figuren Paul de Groot en Marcus Bakker. Mijn boek ‘Ondanks hun dappere rol in het verzet….het isolement van Nederlandse communisten’ (Aspekt, oktober 2106) gaat over de verhouding van de CPN met andere groeperingen in de periode van de Koude Oorlog en dan vooral in de jaren vijftig. Het is voornamelijk gebaseerd op historische literatuur over die periode en op aanvullend archiefonderzoek.

Het dominante beeld over de CPN is dat communisten zichzelf in een isolement hebben gemanoeuvreerd, door onvoorwaardelijk de Sovjet-Unie te blijven steunen, waardoor ze alsmaar verder verwijderd raakten van de aanhang die zij vlak na de oorlog nog hadden verworven. De banden met die vijand van het westen speelden zeker een rol. Mijn boek laat echter zien dat het isolement van de Nederlandse communisten voor een belangrijk deel een binnenlandse afrekening was met een politieke stroming die gevaarlijk werd geacht voor de zittende macht, de rooms-rode coalitie, de verzuilde gemeenschappen en de kerken.

Het tegenwerken van communisten was ongehoord fel, vooral van de kant van de PvdA, de vakbonden en de Katholieke Kerk. De CPN werd nog net niet verboden, maar in het parlement en in gemeenteraden werd ze op alle mogelijke manieren tegengewerkt, uitgesloten van informatie en van deelname aan commissiewerk. Daarnaast werd het communisten steeds moeilijker gemaakt om acties te voeren, omdat alles waar zij voor opkwamen bestempeld werd als voorbereiding op een Russische inval. Het communistische verzet tegen de oorlog in Indonesië, tegen de atoombewapening, tegen de Duitse herbewapening, kritiek op de bestedingsbeperking ten gunste van hogere defensie-uitgaven, stakingen: iedereen die zich niet voegde naar de heersende consensus werd weggezet als staatsvijandelijke ‘vijfde colonne’.

Het beleid om de CPN te marginaliseren zorgde ervoor dat de communisten steeds minder ruimte kregen om hun acties te kunnen voeren.  Dit leidde uiteindelijk tot het ontstaan van een min of meer sektarische groepering, een sekte die zich terugtrok op het bastion van het eigen gelijk om de communistische heilstaat met des te meer energie te blijven verdedigen. Pas in de jaren zeventig zou hier enige verandering in komen.

De uitsluiting van communisten in de Koude Oorlog werd breed gedragen. Een speciale rol was daarbij weggelegd voor de Binnenlandse Veiligheidheidsdienst (BVD). Deze overheidsdienst heeft zich tot het eind van de jaren tachtig intensief bemoeid met de CPN en haar leden. Het ontregelende gesnuffel van agenten voedde het onderling wantrouwen van communisten en heeft bijgedragen aan interne conflicten. Zonder noemenswaardige controle of toezicht voerde de BVD tal van acties uit die de grenzen van een inlichtingendienst ver overschreden. Zoals het financieel en politiek steunen van een alternatieve communistische partij van dissidenten en het oprichten en in stand houden van een maoïstische splinter. Het is onbegrijpelijk dat de BVD nooit enige verantwoording heeft hoeven afleggen over deze rechtstreekse inmenging in een legale Nederlandse politieke partij.

De bescherming van de democratie

Over de ideologie van het communisme en de praktijk in de landen van het ‘reële socialisme’ kan men uiteraard van mening verschillen. Maar het ging bij de CPN wel om een politieke groepering die een deel van het Nederlandse electoraat vertegenwoordigde. Het was in mijn ogen niet in overeenstemming met de principes van een democratische rechtsstaat om duizenden mensen vanwege onwelgevallige standpunten uit te sluiten van deelname aan de politiek en als staatsvijanden te laten vervolgen door de BVD.

Toch is dat wat er gebeurde in de periode die ik in mijn boek heb beschreven. Opmerkelijk genoeg overigens kwam de zeldzame steun voor het parlementair optreden van de CPN in die dagen, als die er was, van de VVD. Blijkbaar wilde deze partij haar liberale en democratische principes niet overboord gooien.

De geschiedenis van het isolement van communisten in de Koude Oorlog biedt ook lessen voor de politiek van vandaag. Het gaat om de grenzen van tolerantie tegenover radicale politieke stromingen, het erkennen en respecteren van álle stemmen in de diversiteit van standpunten die nu eenmaal altijd en overal aanwezig is.

De bescherming van de democratie vereist het stellen van grenzen. Maar waar begint dat? Bij afwijkende standpunten? Of bij een reëel en urgent gevaar voor onomkeerbare schade aan het democratische systeem zelf?

Jos van Dijk (1947) is socioloog, voormalig docent in het hbo en bestuurslid van de Stichting tot Beheer van de Archieven van de CPN.

Jos van Dijk, Ondanks hun dappere rol in het verzet…het isolement van communisten in de Koude Oorlog. (Soesterberg, uitgeverij Aspekt, 2016). ISBN: 9789463380027. 248 pagina’s. €19.95.

Bron foto: Evers, Joost / Anefo

Primitief

Joop, 4 november 2016

Wilders heeft heel bewust een hetze ontketend tegen een hele bevolkingsgroep om de banden met zijn achterban aan te halen

Beeld: screenshot YouTube/NOS
Beeld: screenshot YouTube/NOS

De politieke betekenis van de ‘minder Marokkanen’-oproep waar Wilders nu voor terechtstaat gaat verder dan de vraag of hier strafrechtelijk sprake is van discriminatie. Wilders heeft heel bewust een hetze ontketend tegen een hele bevolkingsgroep om de banden met zijn achterban aan te halen. Wat er op die verkiezingsavond in maart 2014 gebeurde was in feite een primitieve poging om over de ruggen van een minderheidsgroepering de eigen winst te vieren. Primitief, omdat er een beroep werd gedaan op vooroordelen, een bedroevend gebrek aan informatie en laaghartige sentimenten. En Wilders heeft inmiddels ervaren dat hij hiermee kan scoren. Je zou het zijn handelsmerk kunnen noemen.

Continue Reading →

De nacht waarin alle communisten vogelvrij waren

TROUW 04/11/16, 01:35
MEINDERT VAN DER KAAIJ, REDACTIE BINNENLAND

Terwijl elders in Europa Russische ambassades werden bestormd toen het Sovjetleger Hongarije binnenviel, koelden hier mensen hun woede op CPN-kopstukken. Vandaag 60 jaar geleden.

Nergens was de woede over het harde neerslaan van de Hongaarse opstand door de Sovjetlegers, vandaag precies zestig jaar geleden, zo heftig en persoonlijk als in Nederland. De beelden van de ingegooide ruiten van het CPN-kantoor Felix Meritis in Amsterdam staan velen voor de geest, maar elders in het land ging het er die zondagavond 4 november misschien nog wel gewelddadiger aan toe.

Wat te denken van een groep Utrechtse jongeren die volgens het Utrechts Nieuwsblad de volgende dag onder de strijdkreet ‘En nu naar die rotjood’ optrok naar de radio-televisiezaak Van der Velde aan de Oudegracht, waar alle ruiten werden ingegooid. Men wist dat Van der Velde tijdens de oorlog actief was geweest in het communistische verzet.

Bij oud-CPN-raadslid B.W. Lindemann bleef het die avond niet bij ingegooide ruiten. In zijn brillenwinkel aan de Amsterdamsestraatweg werden zijn winkel en huis overhoop gehaald en al zijn instrumenten en apparatuur verwoest. Hij had zich in zijn kelder opgesloten uit angst voor de losgeslagen jongeren. Daar werd de 73-jarige man, gekleed in zijn pyjama, later uitgehaald.

Tenslotte moest ook CPN-raadslid A.C. de Vries het ontgelden. “Tweehonderd opgeschoten jongens liepen naar de Troelstralaan om het daar wonende CPN-raadslid De Vries een lesje te leren”, schreef het Utrechts Nieuwsblad. De groep werd voorafgegaan door een politiewagen. Even later vielen de bakstenen door de ruiten de woonkamer in.

Continue Reading →

Een eerbetoon voor Oost-Groningse communisten – na 80 jaar

In Nieuwe Statenzijl, bij het sluizencomplex, is zaterdag 8 oktober een informatiepaneel onthuld over de Rode Hulp.

De Rode Hulp was een organisatie die voor de oorlog  tegenstanders van het nazi-regime de grens over hielp. De vluchtelingen – deels afkomstig uit concentratiekampen in het Duits-Nederlandse grensgebied – werden over de grens geholpen, opgevangen en verzorgd door Groninger communisten. Met gevaar voor eigen leven en het leven van degenen die ze hielpen.De vluchtelingen, veelal communisten, kwamen deels uit de concentratiekampen in het Duitse grensgebied. „Juist de mensen die het het armst hadden in dit gebied, verklaarden zich solidair”, vertelt Ruud Weijdenveld. Hij maakte een studie van de Rode Hulp en schreef er een boek over.In Nederland waren de vluchtelingen in wezen niet veilig. Ook in Groningen moesten zij zich schuil houden om niet de kans te lopen op arrestatie door de Nederlandse overheid en uitlevering naar Duitsland. Velen sloten zich na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog aan bij het verzet.

Nu is er dan na zo’n tachtig jaar een  gedenkteken voor deze hulp aan vluchtelingen in de vorm van een informatiepaneel bij het sluizencomplex van Nieuw-Statenzeil. Het is niet het enige geval van verdringing van de rol van communisten in het verzet tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Continue Reading →

Ad van Liempt: “Een demonstrant doodgeschoten in naoorlogs Nederland”

Bij de presentatie van het boek Ondanks hun dappere rol in het verzet…heeft Ad van Liempt gesproken over Utrecht in 1956 en het naoorlogse anticommunisme:

Laat ik maar beginnen met een bekentenis. Ja, ik heb op het Bonifacius Lyceum in Utrecht gezeten, zes jaar lang. Maar ik zeg er meteen tot mijn verdediging bij: ik had tot deze week nooit van muziekleraar Stoop gehoord, de man, die volgens dagblad De Waarheid, waarnaar het boek van Jos van Dijk verwijst, in november 1956 voorop ging in het molesteren van Utrechtse communisten en het vernielen van hun bezittingen. Ik mag mij in dit opzicht verheugen in de Gnade der späten Geburt, zoals bondskanselier Kohl dat ooit noemde: ik ben te jong om er iets mee te maken te hebben gehad. Het gekke is: die naam van muziekleraar Stoop zegt me ook helemaal niets. In mijn herinnering hadden wij niet eens een muziekleraar op het Boni.

img_8394

Het zat me niet lekker, dus ik ben gaan zoeken. In het archief van het Bonifacius Lyceum is niet veel meer te vinden over die Stoop dan dat hij er gewerkt heeft en weer is vertrokken. Maar een ex-conrector, die er als jongen ook op school heeft gezeten, Stijn Kuitenbrouwer bleek hem te hebben gekend. Stoop was muziekleraar op de mms, de middelbare meisjesschool, en stond bekend als een onconventioneel type, een beetje een wildebras. Hij was ook organist in de Utrechtse Pauluskerk – Kuitenbrouwer was een van zijn koorzangertjes. ‘Dat Guus Stoop bij die rellen vooraan heeft gestaan lijkt me meer dan waarschijnlijk,’ aldus mijn vroegere leraar Nederlands.

Continue Reading →

Jos van Dijk: “Het is geen neutraal boek”

Donderdag 6 oktober 2016 is het boek Ondanks hun dappere rol in het verzet…Het isolement van Nederlandse communisten in de Koude Oorlog ten doop gehouden in het Internationaal Instituut voor de Sociale Geschiedenis in Amsterdam.

img_8378

Uit de inleiding door Jos van Dijk

De titel van mijn boek verwijst zowel naar hoogtepunten als  dieptepunten uit de geschiedenis van het Nederlandse communisme die we dit jaar herdenken: de Februaristaking van 1941, nu 75 jaar geleden en de Hongaarse opstand van najaar 1956, nu 60 jaar geleden, die in Nederland een ongekende hetze teweeg bracht tegen de communistische partij en haar leden. Het grootste deel van mijn boek beslaat de periode tussen deze gebeurtenissen, de jaren veertig en vijftig van de vorige eeuw. Ik heb met dit boek de geschiedenis van de CPN niet willen herschrijven. Ik heb geprobeerd aan de hand van de bestaande literatuur en aanvullend archiefonderzoek  de waardering van het communisme in Nederland in deze periode te beschrijven, en de invloed die dit had op de communisten en hun partij. Het is een boek geworden over de interactie tussen communisme en anticommunisme.

Continue Reading →

Boekpresentatie 6 oktober

Op donderdag 6 oktober zal het boek Ondanks hun dappere rol in het verzet…Het isolement van Nederlandse communisten in de Koude Oorlog worden gepresenteerd in de Posthumuszaal van het Internationaal Instituut voor de Sociale Geschiedenis (IISG) Cruquiusweg 31 1019 AT Amsterdam. Aanvang 16.00 uur.

Begin november 2016 is het zestig jaar geleden dat de Hongaarse opstand door Russische troepen werd onderdrukt. De tanks van het Rode Leger in de straten van Boedapest riepen in Nederland een geweldige angst op voor een nieuwe oorlog. De woede over het ingrijpen van de Sovjets en de angst voor een nieuwe bezetting kwamen tot uiting in een enorme agressie tegen Nederlandse communisten. In Amsterdam werd Felix Meritis, het partijkantoor, tevens drukkerij van dagblad De Waarheid, bestormd door relschoppers met stenen en brandbommen. Ook de gebouwen van De Waarheid, de CPN en de vakbond EVC in andere plaatsen werden vernield. Communisten en hun gezinsleden werden belaagd en met de dood bedreigd. Het was het dieptepunt van een jarenlange anticommunistische campagne die in de Koude Oorlog is verscherpt door de internationale spanningen, maar die ook gevoerd werd met binnenlandse politieke motieven.

Het eerste exemplaar van het boek Ondanks hun dappere rol in het verzet… over de achtergronden en de nasleep van deze hetze tegen communisten in 1956 zal worden aangeboden aan Marianne de Vries, dochter van het toenmalige Utrechtse raadslid Aad de Vries, wiens familie in de dagen van Hongaarse Furie ernstig werd bedreigd. De ervaringen van Utrechtse communisten begin november 1956 komen in het boek uitvoerig aan de orde.

Ad van Liempt, in het verleden journalist bij de Utrechtse krant Het Centrum, oprichter van het televisieprogramma Andere Tijden en maker van de tv-serie Na de bevrijding, met het gelijknamige boek, zal daarna een eerste reactie geven op het boek.

De bijeenkomst zal worden afgesloten met een borrel.

Foto De Waarheid Mariaplaats Utrecht november 1956

November 1956. Oploop bij het Utrechtse kantoor van De Waarheid op de Mariaplaats [collectie Het Utrechts Archief]