De Koude Oorlog in Amsterdam

Het Amsterdam Museum verzamelt korte filmpjes die studenten in het kader van hun opleiding  maken over de geschiedenis van de stad Amsterdam. Dit jaar hebben studenten filmpjes gemaakt over het thema ‘Amsterdam in de jaren vijftig’. Een van de subthema’s was Amsterdam in de Koude Oorlog. Daarover is de volgende bijdrage gemaakt onder de titel Het Rode Gevaar

Verzetsman Kastein krijgt zijn kamertje

Op dinsdag 20 juni 2017 is een klein hoekkamertje op de tweede verdieping van Binnenhof 7 officieel vernoemd naar verzetsheld en oud-Spanjestrijder Gerrit Kastein. Dat gebeurde in aanwezigheid van onder meer Tweede Kamervoorzitter Khadija Arib, de dochter en kleinkinderen van Gerrit Kastein en auteur Buck Goudriaan, die een boek over het leven van Gerrit Kastein schreef. Een onverwachts eerbetoon, heet het op de website van de Stichting Spanje 1936-1939.

In Trouw van 21 juni 2017 heeft Bart Zuidervaart er het volgende artikel aan gewijd:

Eerst vertelde alleen SGP-leider Kees van der Staaij zijn bezoekers over de mislukte ontsnapping van verzetsheld Kastein uit het het gebouw van de Tweede Kamer. Later werd het ook het verhaal van SP-Kamerlid Van Raak. Nu is het kamertje officieel vernoemd naar Kastein.

Met enige regelmaat nam hij die mee naar het kleinste kamertje in de SGP-gang van de Tweede Kamer – een trappetje op, een hoekje om, linksaf onder de hanenbalken door. Daar, in een ruimte van drie bij drie, stonden boekenkasten, een bureau, twee ramen met uitzicht op het Binnenhof. Menigeen weet het sindsdien met smaak na te vertellen: daar vertelde Van der Staaij dan over de heldenmoed van verzetsman Gerrit Kastein, een communist nota bene.

Continue Reading →

Provo’s en communisten tegen AFCENT

Uit: De Limburger, 30 mei 2017

De Nederlandse regering zag aanvankelijk op tegen de hoge kosten voor AFCENT, maar wilde voorkomen dat de organisatie in Duitsland neerstreek. In de zomer van 1966 gaf het kabinet-Cals (KVP en PvdA) daarom groen licht voor vestiging van AFCENT in Brunssum. De Limburgse mijnstreek kon wel een impuls gebruiken. Een jaar eerder had namelijk minister van Economische Zaken Joop den Uyl (PvdA) de sluiting van de Limburgse mijnen aangekondigd. Als eersten zouden de staatsmijnen, waaronder de Maurits in Geleen, dichtgaan, gevolgd door de Hendrik in Brunssum en de Emma in Hoensbroek, waar delen van AFCENT zouden komen. Toen de opperbevelhebber van de NAVO, generaal Lyman Lemnitzer, besloot dat het hoofdkwartier definitief in Brunssum zou komen was de reactie in Limburg aanvankelijk een beetje lauw, zo tekenden twee verslaggevers van de Leidsche Courant in najaar 1966 op. Brunssum had veel ‘liever fabriek dan NAVO’.

Continue Reading →

Deventer verzetsmensen krijgen straatnaam

DAGBLAD DE STENTOR 8 mei 2017

Lies kan straks naar de straat van haar in de oorlog vermoorde vader

Dertien Deventenaren krijgen een straatnaam in de nieuwe wijk Steenbrugge. Onder hen verzetsman Peeke Bosma, die zijn daden met de dood moest bekopen.

Johan van der Veen ijverde ervoor dat Deventenaren die in de oorlog in het linkse verzet zaten, niet vergeten worden door ze een straatnaam in Steenbrugge te geven. Onder hen de vader van Lies Rouw, Peeke Bosma die door de Duitsers werd vergast.

FOTO ronny te wechel

Lies Rouw zingt nu thuis nog de liedjes van haar papa. Een bijdehante man noemt ze vader Peeke Bosma, een forse bonk van een vent. Thuis rustig, naar buiten toe bijdehand. En hij zong altijd. Bosma zou de 34 jaar niet halen. Rouw (84): ,,Het is een vreemd besef, maar ik heb een kleinzoon van die leeftijd.” Ze vertelt het trots in de nieuwe wijk Steenbrugge, waar nu nog een met zand bezaaide vlakte ligt, maar straks onder meer de Peeke Bosmastraat. De gemeente eert dertien Deventenaren met een straatnaam in de nieuwe wijk. Onder hen dus Bosma, Deventer raadslid namens de communistische RSAP en lid van het links verzet in Deventer.

Continue Reading →

Communistisch verzet in Friesland

Na Groningen heeft Friesland nu ook een geschiedenis van het verzet van communisten in de Tweede Wereldoorlog

Chris Beuker schreef zijn boek Communistisch verzet in Friesland 1925-1945 voor het eerherstel van Friese communisten. In de oorlog gingen zij al vroeg in het verzet. Ze hebben geleden onder de gruwelijke repressie van de nazi’s in gevangenissen en concentratiekampen. Sommigen moesten dat met hun leven bekopen. Na de oorlog is hun aandeel in het verzet veel te lang genegeerd en verborgen gebleven door het isolement waarin communisten in de Koude Oorlog terechtkwamen.

De geschiedenis die Beuker aan de hand van talloze mondelinge en schriftelijke persoonlijke getuigenissen heeft opgetekend is van belang voor alle nabestaanden van de Friese verzetsstrijders die sinds de oorlog geconfronteerd zijn geweest met hardnekkige vijandbeelden, en die thuis in veel gevallen ook niet het volledige verhaal te horen kregen. Het boek is ook een bijdrage aan de partijgeschiedenis van de CPN. Het geeft een beeld van de inzet van arbeiders en boeren in Friesland  voor een rechtvaardiger wereld in de traditie van Domela Nieuwenhuis die in die streek de grondslag heeft gelegd voor de socialistische beweging in Nederland. Beuker laat zien dat het Friese verzet in de Tweede Wereldoorlog de voortzetting was van een al langer gevoerde strijd tegen onrecht, sociale ongelijkheid en discriminatie. Communisten vochten niet tegen een land, maar tegen een politiek systeem. “Niet Duitse mensen waren destijds de vijand, maar de fascisten,” zei Rinze Visser, raadslid voor de NCPN in Lemmer, bij de presentatie van het boek op 21 april j.l. in Gorredijk.

Continue Reading →

Geert Sterringa ereburger van de stad Groningen

Uit het Dagblad van het Noorden 4 mei 2017:

Communistisch verzetsstrijder ereburger van de stad Groningen

De communistische verzetsstrijder Geert Sterringa bezweek op 19 januari 1944 in concentratiekamp Buchenwald. Hij is benoemd tot ereburger van de stad en krijgt een plek in het Gulden Boek.

‘Het gemeentebestuur van Groningen is Geert Sterringa zeer dankbaar voor al hetgeen hij voor de stad betekend heeft. In het bijzonder in de donkerste periode uit de geschiedenis van onze stad hield hij de vlam van de hoop brandend.’ Zo schrijft de gemeente in haar motivering.

„Dit is eigenlijk ook een rehabilitatie van het communistisch verzet”, vindt Ruud Weijdeveld uit Zwolle die het boek Het communistisch verzet in Groningen 1940-1945 schreef. „Deze verzetsstrijders kregen na de oorlog weinig erkenning. Ze mochten ook geen beroep doen op de Stichting ’40-’45 voor een pensioen, mede door de Koude Oorlog en omdat ze tegen de inzet van soldaten in Nederlands-Indonesië waren.”

Sterringa werd in 1876 geboren in Firdgum. „Hij was onderwijzer in Groningen en voorman van de CPN in de Provinciale Staten.” Sterringa gaf les aan de Noorderhulpschool voor arme kinderen.

In de jaren dertig waarschuwde hij voor het opkomende fascisme en ving hij gevangenen op die uit Duitse concentratiekampen waren ontsnapt. In de oorlog werkte hij mee aan de verzetskrant Noorderlicht. De Duitsers pakten hem op, omdat hij voor de CPN een manifest schreef over de Februaristaking in 1941, waarmee de bevolking tegen de Jodenvervolging protesteerde. Op 23 april 1941 kwam Sterringa in het Oranjehotel in Scheveningen terecht. Hier zat hij tot begin 1942. Daarna werd hij naar kamp Amersfoort overgebracht en tenslotte ging hij op transport naar Buchenwald. Hij had drie kinderen.

In de wijk Hoornse Meer is een straat naar hem vernoemd. Zijn kleinzoon GeertJan Herder uit Garnwerd was jarenlang directeur van de Montessorischool in dezelfde wijk.

[artikel van Frank von Hebel, Foto: © Geert Sterringa Stichting]

Ook Februaristaker Joop Gerritze schreef een afscheidsbrief

‘Heb geen haat jegens Duitschers’

Joop Gerritze, die meedeed aan de Februaristaking in 1941, schreef in zijn afscheidsbrief voor zijn executie met 31 anderen dat hij ‘voor een goede zaak is gevallen’.

De afscheidsbrief van Willem Kraan, één van de initiatiefnemers van de Februaristaking triggerde iets in de familie van februaristaker en verzetsman Joop Gerritze (1913). “We lazen die brief van Kraan en realiseerden ons dat onze ome Joop en Willem Kraan naast elkaar op Soesterberg stonden. Joop schreef net als Kraan, op dezelfde datum, een aangrijpende brief aan zijn familie,” zegt neef Willem Gerritze (61).

Hun oom Joop werkte in de oorlog als machinebankwerker bij Fokker in Noord en deed mee aan de sabotage van vliegtuigonderdelen. “Hij strooide letterlijk zand in de radaren en zorgde dat er onderdelen kapotgingen,” zegt neef Joop Gerritze (71), die naar zijn oom is vernoemd.

Continue Reading →

De Februaristaking in Zaandam

Vrij Nederland 23 februari 2017

In de zomer van 2016 kregen we een telefoontje van de tachtigjarige Gerard Wijdenes. Of we geïnteresseerd waren in een fotoalbum van zijn ouders en een pak oude oorlogskranten. Dat waren we.

In het najaar arriveerde op de redactie van Vrij Nederland ineens een doos met daarin het fotoalbum. Er zaten beelden in van de bombardementen in Rotterdam die tijdens de oorlog wijd werden verspreid, kiekjes van de koninklijke familie, krantenknipsels en bonnenboekjes. Prachtig materiaal, maar niet uniek. Pas halverwege het boek wachtte ons een grote verrassing: we stuitten op vier foto’s van een volksoploop die blijkens het bijschrift waren gemaakt in Zaandam op 25 februari 1941. ‘Wauw,’ zeiden we.

Hoewel de Februaristaking, die begon op die dinsdag 25 februari 1941, een belangrijke gebeurtenis is geweest in de Tweede Wereldoorlog – het was de enige keer in heel Europa dat de bevolking opstond tegen de Jodenvervolging – was pas vorig jaar voor het eerst een foto publiek gemaakt waarvan onomstotelijk vaststond dat het om de Februaristaking ging. De opname, gemaakt door een journalist van het socialistische dagblad Het Volk, had onopgemerkt decennialang in het provinciaal archief in Leeuwarden gelegen. Op de foto is te zien hoe burgers zich verzamelen rond een – niet zichtbare – spreker op het Amsterdamse Raamplein.

Continue Reading →

Ontroerende laatste brief van dappere Februaristaker

DE VOLKSKRANT 17 februari 2017

‘Een verrader ben ik niet, ik val voor mijn ideaal en ik hoop dat ik niet voor niets val’, dat zijn op 19 november 1942 de laatste woorden die februaristaker Willem Kraan in een brief vanuit de Utrechtse gevangenis schrijft aan zijn vrouw Bets en verdere familie.

Hij weet dan dat hij later die dag voor het vuurpeloton moet verschijnen. Bets drukt hij op het hart dat zij hun 8-jaar oude dochtertje Catrientje later goed zal uitleggen over die idealen. ‘Want anders zou zij zich nog schamen voor haar pappie.’

Dat is goed gekomen. Begin vorig jaar brachten een trotse kleindochter en achterkleindochter van Kraan de brief en enkele andere persoonlijke documenten naar het Amsterdamse stadsarchief. Documenten die zij weer hadden gekregen van Catrientje die altijd trots is geweest op haar vader.

Stadsarchief Amsterdam

Dankzij een oproep van het Stadsarchief om foto’s en gegevens van stakers aan te brengen, kwam er afgelopen jaar informatie binnen over 23 Amsterdamse ambtenaren die op 25 en 26 februari 1941 het werk neerlegden als protest tegen de Duitse bezetting. Een deel is vanaf vandaag te zien bij de tentoonstelling Stad in oorlog in het archief.

Van de nieuwe ‘ontdekkingen’ zijn de documenten van stratenmaker Kraan het opmerkelijkst. Hij was het namelijk die samen met vuilnisman Piet Nak – beiden lid van de Communistische Partij van Nederland (CPN) – het initiatief nam tot het enige grootschalige protest tegen de Jodenvervolging in Europa. Kraan had gezien hoe Joden bij een razzia de tanden uit de mond werden geschopt en vervolgens te verstaan kregen dat ze het bloed met een tandenborstel moesten wegpoetsen. Daar moest ‘iets’ tegen gebeuren. ‘Staakt, staakt, staakt’, was de oproep aan hun collega’s en dat deden ze met zijn vierduizenden.

Maar na twee dagen werd het oproer door de Duitsers met granaten en kogels gebroken. Kraan werd maanden later gepakt en kreeg de doodstraf. In afwachting van zijn vonnis zat hij een aantal maanden gevangen, waar Bets hem schone was bracht. Via vloeipapier dat in een onderbroek werd verstopt communiceerden ze met elkaar.

Een verrader ben ik niet, ik val voor mijn ideaal en ik hoop dat ik niet voor niets val

Die vloeitjes zijn helaas verloren gegaan, zegt achterkleindochter Sanne (25). Zij weet ervan dankzij de vele gesprekken die ze met haar oma Catrientje voerde. ‘Zij herinnerde zich ook nog heel goed hoe haar vader bij zijn arrestatie in november 1941 probeerde via het dak te vluchten en maar uiteindelijk toch gepakt werd.’

In zijn laatste brief ‘verlangt’ Willem van zijn vrouw om sterk en gezond te blijven. Dat is gelukt, maar Bets en Catrientje hebben het heel zwaar gehad, zegt Sanne. ‘Mijn overgrootmoeder besloot half onder te duiken, al ging mijn oma wel naar school. Bets moest hard werken om rond te kunnen komen, Catrientje was als kind veel alleen thuis.’

Een oorlogstrauma werkt vaak vier generaties lang door. ‘En dat is bij ons ook wel een beetje zo’, zegt Sanne. ‘Toen Catrientje moeder werd heeft ze mijn moeder zeer beschermend opgevoed, ze wilde goedmaken wat ze zelf tekort was gekomen. En in reactie daarop vond mijn moeder van mij juist weer dat ik heel erg zelfstandig moest zijn. En het besef dat je uiteindelijk alleen je familie kunt vertrouwen, wordt ook al een paar generaties doorgegeven.’

TJERK GUALTHÉRIE VAN WEEZEL

Dynamiet

Ingezonden brief NRC 10 december 2016

Als het bespioneren van nationale politici dynamiet is in een democratie (nrc next commentaar 7 december) dan zou ons politieke stelsel tijdens de Koude Oorlog volledig verwoest moeten zijn. De BVD heeft CPN-Kamerleden in die periode constant in de gaten gehouden en afgeluisterd. Inbraak in fractiekamers was niet ongewoon. De relevantie voor de staatsveiligheid kan worden betwijfeld. De Sovjets hadden in Nederland ongetwijfeld hun spionnen rondlopen, maar ze zouden wel gek geweest zijn als ze hun vervolgde vrienden bij de CPN hierbij hadden gebruikt. De drijfveren van de BVD hadden veel meer te maken met binnenlandse politieke verhoudingen, zoals ook blijkt uit de grote rol die de erkende vakbonden bij de spionage hebben gespeeld. Zoiets kon in Nederland zomaar gebeuren, ja, zelfs tot ver in de jaren tachtig. En tot op heden schijnt iedereen dit normaal te vinden. Zou hier –net als bij de oorlog in Indië- een onafhankelijk onderzoek niet ook op zijn plaats zijn om eindelijk eens af te rekenen met deze smet op onze democratie?

 

Jos van Dijk, auteur van ‘Ondanks hun dappere rol in het verzet…het isolement van Nederlandse communisten in de Koude Oorlog’