Anton de Kom toegevoegd aan de Canon van de Nederlandse geschiedenis


Op 22 juni 2020 werd de persoon Anton de Kom toegevoegd aan de Canon van Nederland, een overzicht van onderwerpen die iedere Nederlander over de Nederlandse geschiedenis zou moeten weten.

Anton de Kom (1898-1945) was een Surinaams anti-koloniale schrijver, nationalist en verzetsstrijder tijdens de Tweede Wereldoorlog in Nederland (Wikipedia). In de berichtgeving over zijn rol en betekenis voor de Nederlandse geschiedenis wordt zijn betrokkenheid bij de communistische beweging onderbelicht. In zijn Nederlandse jaren was De Kom nauw betrokken bij de CPH, al ontkende hij er lid van te zijn geweest. Hij was volgens de biografie van het Huygens Instituut voor Nederlandse geschiedenis ‘lid van de Liga tegen Imperialisme en Koloniale Overheersching, een mantelorganisatie van de Communistische Partij Holland (CPH), die ijverde voor onafhankelijkheid van alle Nederlandse koloniën’ en ‘schreef artikelen voor De Tribune en De Communistische Gids. De betekenis van zijn contacten met de communisten omschreef hij later als ‘dat ene machtige woord dat ik in den vreemde heb geleerd, ”organisatie” ‘ (Wij slaven van Suriname , 164). Over dat boek staat in de biografie:

Wij slaven van Suriname is een opmerkelijk boek. Hoewel in de jaren dertig overal in het Caraïbisch gebied antikoloniale, linkse en radicaal-zwarte bewegingen opkwamen, waren er nauwelijks boeken geschreven door Caraïbische auteurs waarin de koloniale geschiedschrijving op haar kop werd gezet. Dat is precies wat ‘AdeK’ – zoals De Kom zich wel aanduidde – in Wij slaven van Suriname deed. Niet compositie, schrijfwijze of gebruikte bronnen maken het boek tot een uniek document, maar de radicale breuk met de koloniale penvoering. Hoewel niet altijd genuanceerd werd hier voor het eerst de Surinaamse geschiedenis herschreven vanuit een antikoloniaal gezichtspunt. De Kom richtte zich daarbij niet slechts tegen de economische en politieke gedaanten van het kolonialisme, maar ook tegen de psychologische dimensie ervan. Met dit boek hoopte hij de Surinamer zijn trots terug te geven: ‘Geen volk kan tot volle wasdom komen, dat erfelijk met een minderwaardigheidsgevoel belast blijft. Daarom wil dit boek trachten het zelfrespect der Surinamers op te wekken’ (p. 49).

De Kom woonde en werkte van 1920-1932 in Nederland. Hij trouwde daar met de Nederlandse Petronella Catharina Borsboom (1898-1983) met wie hij vier kinderen kreeg. Eind 1932 vertrok hij met zijn gezin naar Suriname waar hij een adviesbureau voor arbeiders begon dat al snel massa’s mensen aantrok. In 1933 besloot de Nederlandse gouverneur hem te laten arresteren wegens de ‘communistische agitatie’. Hierna ontstond een volksoproer, waarbij de politie twee demonstranten doodde. Er vielen, op deze ‘Zwarte Dinsdag’ 7 februari 1933, tevens 22 gewonden. De Kom werd na een gevangenisstraf van drie maanden met zijn gezin het land weer uitgezet. Terug in Nederland bleef hij schrijven voor de communistische pers. In 1934 werd Wij slaven van Suriname, het boek waar hij jaren aan had gewerkt, gepubliceerd.

Tijdens de Duitse bezetting werd Wij slaven van Suriname onmiddellijk verboden. De Kom bleef zijn principes trouw. Hij sloot zich aan bij het communistisch verzet en schreef op verzoek van Nico Wijnen artikelen voor het communistische verzetsblad De Vonk en later voor het Revolutionair Socialistische blad met dezelfde naam, waarvan hij een van de oprichters, de schrijver Jef Last kende (Wikipedia).

Op 7 augustus 1944 werd hij gearresteerd en via het Oranjehotel en Kamp Vught kwam hij in het concentratiekamp Sachsenhausen en later in Neuengamme. Vlak voor de bevrijding overleed hij in het nevenkanmp Sandbostel aan tbc.

Pas in 1982 kreeg hij postuum het Verzetsherdenkingskruis. Op 24 april 2006 werd in Amsterdam het Monument voor Anton de Kom van Jikke van Loon onthuld.

Meer over het leven van Anton de Kom in dit artikel van Enne Koops.